BLOG

Marco Beijersbergen
In mijn werk zie ik dagelijks dat er behoorlijke schotten in het technisch onderwijs in Nederland staan: tussen mbo, hbo en wo, en tussen traditionele disciplines. Er is beperkte interactie over de schotten heen, en overgangen zitten vol obstakels. Dat sluit niet aan bij wat de moderne hightechindustrie in de breedte nodig heeft, van grote internationals tot kleine startups. De schotten maken het onderwijs voor een kleinere groep aantrekkelijk, beperken talent, veroorzaken uitval bij overgangen tussen onderwijsniveaus en sluiten waardevolle groepen uit.
Als we internationaal voorop willen blijven lopen in geavanceerde technologie, zoals de ruimtevaart waarin ik veel heb gedaan, moeten disciplines en onderwijsniveaus minder strikt gescheiden zijn. Dat vraagt om betere doorstroming tussen niveaus, combinatie van praktische en theoretische opleiding en van traditionele disciplines, minder scheiding tussen onderwijs wat wel of niet als ‘technisch’ wordt aangeduid, en meer aandacht voor samenwerking.
Technologieonderwijs moet beter aansluiten bij behoefte van mensen en organisaties
In de hightechorganisaties waar ik bij betrokken ben werkt niemand in een geïsoleerde discipline met collega’s die hetzelfde zijn opgeleid. Projecten draaien juist op samenwerking tussen mensen met verschillende achtergronden. Bij cosine ontwikkelen we bijvoorbeeld aardobservatiecamera’s en spiegels voor toekomstige röntgentelescopen. In zulke projecten werken wetenschappers, ingenieurs en technici continu samen. Zonder die combinatie en samenwerking tussen verschillende disciplines lukt het simpelweg niet. Ook opereren we in een internationale omgeving en werken samen met heel verschillende organisaties. Succes in hightech vraagt om mensen die over die grenzen heen kunnen werken.
In mijn ervaring hebben we nog teveel beperkingen in het techniekonderwijs. Zo hebben we theoretische en praktische vaardigheden behoorlijk gescheiden, daar waar veel studenten een combinatie misschien wel interessanter vinden en we in de praktijk een goede combinatie nodig hebben. De beste oplossingen komen in mijn ervaring uit de confrontatie tussen theoretische inzichten en praktische toepassingen. Ook is kennis van wiskunde een behoorlijke poortwachter voor techniekonderwijs in de breedte. Wiskunde is natuurlijk belangrijk, maar niet voor iedereen even veel. We hebben ook creatieve probleemoplossers en mensen met een sterk praktisch of sociaal inzicht hard nodig. Het is belangrijk dat we ook mensen zonder wiskundeknobbel kennis van techniek bijbrengen. Ook gaat veel talent verloren bij overgangen. Studenten moeten kunnen overstappen naar een ander niveau of een andere richting kunnen inslaan zonder onnodige obstakels. Vroege keuzes in het onderwijs moeten niet een hele loopbaan bepalen.
In veel projecten en organisaties blijkt de grootste uitdaging vaak niet van technische maar van sociale aard. Samenwerking tussen disciplines, respect voor elkaars expertise en goede communicatie hebben een bepalende rol. Daarom is het essentieel dat we deze grenzen slechten. Dit heeft natuurlijk de voortdurende aandacht van de Netherlands Academy of Engineering. Zo heeft de NAE 10 februari een forumbijeenkomst gehouden waarin we verschillende perspectieven en voorstellen hebben gedeeld, wat weer meegenomen wordt voor een later te publiceren plan om instroom en behoud van talent te vergroten. Ik ben zelf betrokken bij de masterspecialisatie High-Tech Innovation die de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden heeft opgezet. Studenten volgen hun eigen vakmaster, maar bouwen daarnaast multidisciplinaire kennis en ervaring op om succesvol samen te werken in een industriële context. Hiermee versterken we het techniekonderwijs aan een faculteit die niet ‘technisch’ in zijn naam heeft staan maar waar techniek net zo goed een belangrijke rol speelt.
Ontschotting in het technisch onderwijs
We zullen verdere stappen moeten zetten om de schotten tussen onderwijsniveaus en disciplines te verlagen. Onderwijsroutes moeten flexibeler worden. Vroege keuzes in het onderwijs moeten niet niet iemands hele loopbaan bepalen. Studenten moeten kunnen overstappen naar een ander niveau of een andere richting kunnen inslaan zonder onnodige obstakels. Het zou ook makkelijker moeten zijn om verschillende disciplines en theoretische kennis en praktische vaardigheden te combineren. Zo moeten we theoretische vakken aanbieden aan studenten die niet het hele curriculum op datzelfde nivo willen of kunnen doen, en zou een wo-student makkelijker praktijkervaring moeten kunnen opdoen buiten de universiteit, misschien wel in het mbo. Daarvoor helpt het ook om minder strikte schotten tussen de onderwijsorganisaties te hebben. Opleidingen kunnen en hoeven niet alle kennis zelf in huis te hebben. Als het makkelijker is docenten uit te wisselen krijgen studenten de beste docenten die ze op dat moment nodig hebben.
In studentenprojecten moet nog meer met verschillende niveaus en disciplines samengewerkt worden. Daarmee leren de deelnemers technische en sociale vaardigheden die essentieel zijn voor high-tech innovatie. Zo maken we het mogelijk dat studenten technisch onderwijs krijgen op basis van interesse en talent en op het moment dat ze dat in hun loopbaan nodig hebben, en niet alleen lineair monodisciplinair onderwijs voor je de arbeidsmarkt opgaat.
Conclusie
Als we de schotten tussen mbo, hbo en wo én tussen de traditionele disciplines slechten, sluit ons onderwijs beter aan bij de behoefte van high-tech organisaties. Het zal naar mijn mening ook beter aansluiten bij wat mensen willen en nodig hebben, zodat we talent ontwikkelen ongeacht waar iemand begint en welk pad iemand volgt — en bouwen we aan een samenleving die klaar is voor de toekomst.
Afbeelding: Freepik



