Naam: Moniek Tromp
Specialisme:Directeur Zernike Institute for Advanced Materials
Organisatie: RUG
Voor een duurzame wereld moeten we het gebruik van materialen heroverwegen
Ik ben Moniek Tromp, Professor Materiaalchemie aan de Rijskuniversiteit Groningen, wetenschappelijk directeur van het ‘Zernike Institute for Advanced Materials’ (en vanaf 1 januari 2027 decaan van de faculteit Science en Engineering). Ik ben getrouwd en moeder van 3 kinderen (2 geiten, 3 katten en een hond). Mijn onderzoek richt zich op de ontwikkeling van nieuwe karakteriseringstechnieken voor materiaalonderzoek, om te begrijpen hoe materialen werken. Inzichten in het gedetailleerde gedrag van de verschillende materialen in bijvoorbeeld een batterij, tijdens laden en ontladen, geeft ons inzichten in hoe we betere nieuwe batterijen kunnen ontwikkelen.
Wat verwondert je aan je vakgebied?
We hebben in ons leven ontelbaar vele materialen in gebruik. Die zijn over de jaren ontwikkeld voor de toepassing waarvoor we ze gebruiken, en de eisen die we daaraan stellen. Helaas zijn dat niet altijd de meeste ‘toegankelijke’ materialen – ze zijn misschien schaars en duur, of giftig, alleen beschikbaar in sommige delen van de wereld of worden op niet-ethische of zeer vervuilende wijze gemijnd. Nu we toe willen naar een duurzame wereld (duurzame materialen, maar ook duurzame productieprocessen en toepassingen), waarin we door de huidige geopolitiek ook minder afhankelijk willen zijn, betekent dat dat we materialen en hun toepassingen moeten heroverwegen – in feite moeten we het veld opnieuw uitvinden, nu met duidelijke randvoorwaarden. Dat is uitdagend en tegelijkertijd superspannend. Nieuwe ontwikkelingen in karakteriseringstechnieken helpen ons daar de oude en nieuwe materialen beter te begrijpen en dus beter in te zetten.
Wat heeft je in je jeugd doen kiezen voor het engineeren?
Als kind wilde ik altijd arts, worden, om mensen beter te kunnen maken. Naarmate de studiekeuze dichterbij kwam, wilde ik vooral iets waarin mijn voorliefde voor de verschillende exacte vakken samenkwamen. Na even getwijfeld te hebben over kunstmatige intelligentie (wat in 1995 een hele nieuwe studie was), heb ik gekozen voor chemie, ook omdat ik misschien via die route alsnog kon bijdragen aan het “beter maken” van mensen. Maar gedurende de studie trok materiaalwetenschappen en de brede mix aan toepassingen mij meer, om met een range van karakteriseringstechnieken proberen uit te vinden hoe ze zich gedragen en waarom (het oplossen van complexe puzzels). En natuurlijk om dan in een volgende stap betere processen of materialen voor specifieke toepassingen (eerst vooral katalyse, nu vooral batterijen) te ontwikkelen, i.e. ‘rational design’.
Wat is de maatschappelijke footprint van je werk?
We werken aan nieuwe, duurzame materialen voor een duurzame, weerbare (onafhankelijkere) toekomst. Ons werk aan bijvoorbeeld batterijen levert een hele belangrijke bijdrage aan de energietransitie – nieuwe, betere, duurzame batterijen met verschillende toepassingen, van elektrisch rijden tot tijdelijke energie-opslag bij huizen en wijken of om het elektriciteitsnet te ontlasten.
Wat doe je in je vrije tijd?
Mijn vrije tijd breng ik door met mijn gezin: samen sporten, koken en eten, reizen, muziek luisteren en concerten bezoeken. Daarnaast lees ik graag en ben ik ook graag creatief bezig (tekenen en schilderen, waarvoor ik helaas veel te weinig tijd heb of neem).
Wat is je meest recente persoonlijke duurzame activiteit geweest?
We hebben onlangs (eindelijk!) een volledig elektrische auto gekocht. Bovendien is ons huis voorzien van 40 zonnepanelen.
Wie heeft je het meest geïnspireerd en waarom?
Ik kom uit een ondernemend gezin. Mijn vader heeft in de garage van zijn ouders een loodgietersbedrijf gestart, wat door hard werk van zowel mijn vader als moeder uitgroeide tot een groot en bloeiend bedrijf. Mijn broer heeft het overgenomen en omgevormd in een bedrijf dat focust op duurzame energie en duurzame woningen en gebouwen installeren – waar we samen over nieuwe ontwikkelingen binnen energie kunnen sparren en uitproberen! Heel mooi om dit samen met familie te delen.
Hoe betrek je jongeren bij je werk?
Het enthousiasme voor het vak, de energie die je eruit haalt, en vooral ook het persoonlijke verhaal dat daarbij komt inspireert – dus dat draag ik uit waar het kan, in persoonlijke gesprekken, openbare lezingen, kranteninterviews en op tv. Ook laten we jongeren meelopen en meewerken in ons lab (projecten, profielwerkstukken, etc) en gaan we naar scholen en musea toe om experimenten samen te ontwikkelen en doen. Iets samen doen blijft bij en inspireert! Zowel mijn nicht als mijn dochter studeren nu binnen de chemie, wat natuurlijk geweldig is.


