Technologische weerbaarheid begint bij een technologische kennisbasis in de maatschappij en bij de overheid

Geen technologische weerbaarheid zonder een maatschappijbrede technologische kennisbasis

Nederland wil minder afhankelijk worden van buitenlandse energie en technologie. Maar wie moet die omslag uitvoeren, en wie kan beoordelen wat daarvoor nodig is? Ingenieurs wijzen op een dubbel tekort aan technische vakmensen: in de maatschappij en bij de overheid.

Meer grip op energievoorziening en digitale infrastructuur vraagt om keuzes die Nederland volgens ingenieurs te lang uitstelt. Waar zetten we schaarse technici in? En heeft de overheid voldoende kennis om zulke afwegingen te maken?

Die vragen stonden centraal tijdens een bijeenkomst van de Netherlands Academy of Engineering (NAE), het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) en Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) op 22 september over de technologische weerbaarheid van Nederland. De zorgen gingen over gasvoorraden, Amerikaanse clouddiensten en technisch onderwijs. Daaronder lag steeds hetzelfde probleem: de beschikbaarheid van technische kennis en het gewicht daarvan bij besluiten.

Technische kenniseisen noodzakelijk voor beleidsfuncties

Bert Hubert, ondernemer en software engineer, formuleerde de kritiek het scherpst. Volgens hem bereikt beschikbare deskundigheid onvoldoende de ministerraad en de bestuurskamers. Adviezen om de kennisbasis van de overheid te versterken zijn hem te vrijblijvend. Bij vraagstukken als netcongestie en digitale afhankelijkheid moet technische expertise rechtstreeks doorwerken in het beleid, betoogde hij.

Een voorstel uit de bijeenkomst: stel technische kenniseisen aan beleidsfuncties op ministeries die over energie, infrastructuur en digitalisering gaan.

Ook buiten de overheid gaat het volgens de deelnemers mis. In de aandacht voor techniek heeft academische scholing te veel nadruk gekregen, terwijl praktisch opgeleide vakmensen onmisbaar zijn voor de uitvoering. Daarnaast verliezen technische sectoren afgestudeerden aan onder meer consultancy: een lekkende pijplijn.

Stel prioriteiten, anders bepaalt het buitenland

Het talentprogramma Beethoven, rond ASML, werd genoemd als inspiratie voor andere sectoren. Hans de Jong, speciaal gezant voor de talentopgave in het project Beethoven en voorzitter van de Raad van Toezicht van het Platform Talent voor Technologie, wees op de spanning tussen vrije studie- en loopbaankeuze en de behoefte om mensen te krijgen op plekken waar tekorten knellen. Als Nederland geen prioriteiten stelt, zoals Wennink zegt, wordt de richting volgens De Jong door het buitenland bepaald.
NAE, KIVI en STT willen de komende tijd de druk bij de politiek opvoeren om werk te maken van de technische kennisbasis in de maatschappij en bij de overheid in het bijzonder.

Contact

annelies.ten.have@nae.nl