Innovatie in actie voor onze toekomst
Keynote uitgesproken door Lukas Roffel, voorzitter Netherlands Academy of Engineering, tijdens de officiële presentatie van de actieagenda’s voor de Nationale Technologiestrategie (NTS) op maandag 26 januari 2026 in het bijzijn van minister Vincent Karremans tijdens een goedbezocht event van de Kennis- en Innovatieagenda Sleuteltechnologieën (KIA ST) samen met Holland High Tech, ChemistryNL, Digital Holland, Health~Holland en het ministerie van Economische Zaken in Nemo te Amsterdam.
In deze tien actieagenda’s zijn de NTS-ambities voor 2035 door meer dan 1.000 betrokken organisaties uitgewerkt in 53 grootschalige, meerjarige publiek-private innovatieprogramma’s met een totale investeringsomvang van ruim € 14 miljard.
Goedemiddag dames en heren,
Geachte excellentie, vernieuwers, beleidsmakers, onderzoekers en leiders uit het bedijfsleven klein en groot,
Wij leven in een tijdperk dat wordt gekenmerkt door versnelling. Technologische verandering is niet langer lineair of voorspelbaar. Kijk alleen al naar de hoeveelheid apps die je nu ‘nodig hebt’ op je telefoon versus het gebruik van je mobieltje 3, 5 of zelfs 10 jaar geleden. Technologische verandering is exponentieel, systemisch en diep verweven met geopolitiek, maatschappelijke weerbaarheid en economische concurrentiekracht. Ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie, halfgeleiders, biotechnologie, quantum, energie en digitale infrastructuren volgen elkaar in hoog tempo op en beïnvloeden elkaar wederzijds. Engineering speel hierbij een centrale rol maar heeft ook verbinding nodig met de andere disciplines. Tegelijkertijd zien we dat geopolitieke spanningen, verstoringen in mondiale waardeketens en maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering en vergrijzing deze versnelling verder versterken.
In deze context zijn strategische autonomie en innovatie geen abstracte beleidsconcepten meer. Het zijn praktische noodzaken. Zij bepalen of samenlevingen hun eigen toekomst kunnen vormgeven, hun waarden kunnen beschermen en welvaart en welzijn kunnen blijven leveren aan hun burgers. Strategische autonomie gaat daarbij niet over zelfvoorziening in isolement, maar over het vermogen om bewuste keuzes te maken, afhankelijkheden te beheren en eigen prioriteiten te realiseren.
Mijn centrale boodschap is eenvoudig, maar veeleisend: innovatie ontstaat niet toevallig, en autonomie komt niet voort uit afsluiting. Als vertegenwoordiger van bedrijfsleven, engineering in het algemeen en wetenschappelijk onderzoek met maatschappelijk toepassing vind ik de actieagenda’s belangrijk.
1. Kennisontwikkeling als fundament van innovatie
Innovatie begint altijd met kennis. Niet met producten, niet met markten en niet met directe toepassingen, maar met diepgaand begrip: wetenschappelijk inzicht, technologische capaciteit en opgebouwde ervaring. Zonder een stevige kennisbasis blijft innovatie oppervlakkig en reactief.
Als we ons willen voorbereiden op toekomstige innovatie, moeten we daarom continu investeren in kennisontwikkeling. Dit omvat fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek, praktijkgericht onderzoek en missiegedreven onderzoek, elk met een eigen en onmisbare rol.
Zonder deze gelaagde kennisbasis kunnen we dan bestaande technologieën optimaliseren, maar missen het vermogen om fundamenteel nieuwe oplossingen te creëren. Cruciaal is bovendien dat kennisontwikkeling niet iets is wat we kunnen “aanzetten” op het moment dat een crisis zich aandient. Zij vergt lange tijdshorizonten, consistent beleid en geduld. Strategische autonomie begint daarom decennia voordat zij zichtbaar wordt in beleidsdebatten of krantenkoppen.
2. Innovatie is een systeem van uitvindingen
Een hardnekkige misvatting is dat innovatie wordt gedreven door één enkele doorbraak: één uitvinding, één visionair idee of één disruptief moment.
Echte doorbraken vereisen vaak dat drie tot vijf grote uitvindingen samenkomen. De iPhone is hiervan een goed voorbeeld, met telefoon, digitale personal assistent, MP3-speler en iTunes als combinatie. Denk aan geavanceerde medische systemen, hernieuwbare energiesystemen, veilige digitale infrastructuren of defensiecapaciteiten. Elk daarvan is afhankelijk van vooruitgang in verschillende domeinen: materialen, software, algoritmen, sensoren, productieprocessen en systeemintegratie.
Wanneer zelfs één van deze elementen ontbreekt of onvoldoende ontwikkeld is, bereikt het geheel zijn potentieel niet. Dit heeft twee belangrijke implicaties. Ten eerste moet innovatiebeleid zich richten op ecosystemen in plaats van op geïsoleerde technologieën. Dat betekent een belangrijke rol voor kennisinstellingen maar zeker ook het bedrijfsleven met samenwerking tussen start-ups, MKB en grote bedrijven. Wij hebben elkaar nodig om de marktkansen te benutten.
Ten tweede kan strategische autonomie nooit worden bereikt door te vertrouwen op één enkele “silver bullet”.
3. De discipline van prioritering
Het formuleren van prioriteiten is op zichzelf niet het moeilijkste onderdeel van beleid. De echte uitdaging ligt in het loslaten van niet-prioriteiten. In innovatiebeleid bestaat een natuurlijke neiging tot versnippering: elke technologie lijkt belangrijk, elke sector heeft een valide claim en elke regio wil meedoen.
Het gevolg is vaak verdunning van middelen, fragmentatie van initiatieven en een gebrek aan schaal en slagkracht. Strategische autonomie vraagt juist om scherpe keuzes. Dat betekent dat we ons expliciet moeten afvragen waar we realistisch mondiaal leiderschap kunnen opbouwen of behouden, welke technologieën essentieel zijn voor onze veiligheid en welvaart, en waar we afhankelijkheden kunnen creëren die wederzijds voordelig zijn in plaats van risicovol. Dit is de basis voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland.
“Nee” zeggen tegen bepaalde paden is politiek en institutioneel moeilijk, maar onvermijdelijk. Focus creëert diepgang, en diepgang creëert impact. We hoeven niet allemaal zelf de beste sensoren te maken, of de beste quantum computers, of de beste cybersecurity. Als we keuzes maken én elkaar vertrouwen, kunnen we samen juist die sleutel technologieën sneller versterken.
4. Talent: de meest kritische sleuteltechnologie
Als er één enabling factor is die aan alles ten grondslag ligt, dan is het talent. Technologie ontwikkelt zich niet vanzelf; zij wordt ontwikkeld door mensen. Als we grote uitvindingen willen, moeten we goed zorgen voor de mensen die ze mogelijk maken.
Dat begint bij sterk onderwijs, maar eindigt daar niet. Talentbeleid omvat de volledige loopbaan: van studenten en promovendi tot ervaren onderzoekers, ingenieurs en innovators. Te vaak ligt de nadruk sterk op vroege loopbaanfasen. Hoewel het koesteren van jong talent essentieel is, is het minstens zo belangrijk om mid-career talent te behouden.
Deze groep draagt institutioneel geheugen, slaat bruggen tussen onderzoek en toepassing, begeleidt jongere collega’s en levert vaak de uitvindingen die systemen daadwerkelijk laten functioneren. Het verlies van dit talent door burn-out, gebrek aan perspectief of internationale concurrentie verzwakt het hele innovatie-ecosysteem.
Talent is mobiel. Als wij geen aantrekkelijke omgevingen creëren, zullen anderen dat wel doen.
5. Europa als schaal voor strategische autonomie
Nederland is een sterk en innovatief land, maar we moeten realistisch zijn over schaal. In veel sleuteltechnologieën zijn we te klein om strategische autonomie alleen te realiseren. Onze kracht ligt in Europese samenwerking.
Samen vertegenwoordigt Europa een enorme markt, een brede talentbasis en aanzienlijke industriële capaciteit. Deze schaal is essentieel voor onderzoek, industrialisatie, standaardisatie en geopolitieke relevantie. Europese samenwerking betekent echter geen uniformiteit. Integendeel: strategische autonomie vraagt om specialisatie en onderlinge afhankelijkheid.
Voor Nederland betekent dit dat we domeinen moeten identificeren waarin wij onmisbaar kunnen zijn binnen Europese waardeketens, en daar consequent in investeren. De agenda’s zijn een belangrijke voorwaarde voor de positionering van nieuwe control points.
6. Valorisatie: van uitvinding naar impact
Uitvinding alleen is niet genoeg. Een technologie die in een laboratorium blijft, draagt niet bij aan autonomie, welvaart of maatschappelijk welzijn. Valorisatie – het proces dat kennis en technologie naar de markt en de samenleving brengt – is daarom essentieel.
Het is belangrijk dat het grootste deel van ons wetenschappelijke onderzoek leidt tot uitvindingen die we kunnen gebruiken in de maatschappij. Dit vereist een nauwe afstemming tussen kennisinstellingen en bedrijven, tussen nationale en internationale partners, en tussen publieke doelen en private prikkels. Deze afstemming ontstaat niet vanzelf. Zij vraagt om actieve coördinatie, gedeelde roadmaps en wederzijds begrip van rollen en verwachtingen.
Maatschappelijke behoeften moeten innovatieagenda’s vanaf het begin mede vormgeven.
7. Engineering en systeemdenken
Veel maatschappelijke uitdagingen lijden niet aan een gebrek aan ideeën, maar aan een gebrek aan geïntegreerde oplossingen. Klimaat, zorg, mobiliteit, digitale veiligheid en defensie vereisen dat technologieën via engineering samenkomen tot robuuste systemen.
Kijk bijvoorbeeld naar de EU AI Act, die veiligheid controleert met regelgeving over subsystemen, maar een totaalsysteem vol betrouwbare onderdelen hoeft als geheel nog steeds niet betrouwbaar te zijn. Vaak ligt het concurrentievoordeel niet in afzonderlijke componenten, maar in de manier waarop zij worden gecombineerd.
Systeemengineering wordt vaak ondergewaardeerd omdat zij minder zichtbaar is dan wetenschappelijke ontdekking. Toch is zij cruciaal voor schaalbaarheid, betrouwbaarheid en interoperabiliteit. Strategische autonomie hangt in hoge mate af van ons vermogen om complexe systemen te ontwerpen, te integreren en te beheren.
8. De innovatieketen: geen eenrichtingsverkeer, maar een dynamische interactie.
Om innovatie structureel te maken, hebben we een goed functionerende innovatieketen nodig. Deze bestaat uit drie onderling verbonden elementen: een constante instroom van uitvindingen, afstemming voor valorisatie en effectieve kennisoverdracht naar de samenleving.
Een continue stroom van uitvindingen vraagt om stabiele onderzoeksfinanciering, vrijheid om te exploreren en prikkels voor industriegedreven innovatie.
Er is geen enkele innovatieagenda die alle uitdagingen oplost. We moeten parallel werken aan meerdere thema’s, met coördinatie zonder verstikking en focus zonder rigiditeit. Sleuteltechnologieën maken deze parallelle vooruitgang mogelijk.
Dit alles vraagt om structurele, voorspelbare financiering. Ook de lokale regeldruk die sterker wordt ingezet dan de Europese regels. Innovatie is een marathon, geen sprint. Langetermijn zekerheid stelt instellingen en bedrijven in staat om te investeren, mensen aan te nemen en risico’s te nemen.
Conclusie: een oproep tot doelbewust handelen
De innovatiekracht van Nederland is de combinatie van goede uitvindingen, creativiteit van wetenschappers en het gehele bedrijfsleven, de wil om samen te werken en de kracht om uit te voeren en op te schalen en daarmee ons verdienvermogen te vergroten. Dit is niet te meten met alleen aantallen patenten.
Sleuteltechnologieën zijn geen neutrale instrumenten. Het zijn strategische keuzes die weerspiegelen hoe wij investeren in kennis, hoe wij talent waarderen, hoe wij samenwerken en hoe wij ideeën vertalen naar maatschappelijke impact. De actie-agenda’s geven richting in een onvoorspelbare wereld om onze weerbaarheid te versterken.
Strategische autonomie en innovatie zijn geen tegenpolen. Wanneer zij verstandig worden benaderd, versterken zij elkaar. De opgave is veeleisend, maar haalbaar. Met focus, geduld, samenwerking en leiderschap kunnen we niet alleen onze technologische toekomst veiligstellen, maar ook oplossingen leveren die de samenleving daadwerkelijk dienen.
Dank u wel.


